Monitoringsveldjes helpen bij alarmering voor resistentiedoorbraak phytophthora

Het gaat om een pilotproject waarin BO Akkerbouw, WUR en de Plantum-gewasgroep Aardappel met elkaar samenwerken. Voor het project zijn monitoringsveldjes aangelegd met rassen met een verbeterde resistentie en vatbare rassen. De veldjes liggen verspreid over het land: Noord-Holland, Noord-Nederland, het zetmeelgebied in het oosten, de polder, het zuidoosten van Noord-Brabant en zuidwesten van Nederland.
Lees hier: 'Aanpak afvalhopen vraagt om sancties én bewustwording'
Eens per week wordt bij de veldjes gemonitord op aantastingen van phytophthora en of er sprake is van een resistentiedoorbraak. Dit gebeurt op overal op eenzelfde manier. Wanneer er sprake is van een zwaardere infectiedruk, dan gaat de frequentie naar twee tot drie keer per week. Het signaleren van virulenties per regio van rassen met (nieuwe) resistentiegenen is volgens de initiatiefnemers bedoeld als basis voor snelle (binnen één dag) advisering van telers die een ras telen uit dezelfde resistentiegroep in deze regio.
Groepen
In het onderstaande schema is te zien dat rassen met een verbeterde resistentie ingedeeld zijn in groepen. Dit is gebeurd op basis van de gelijksoortige reactie op phytophthora-aantastingen te velde die zij laten zien. Want als een phytophthora-variant in staat is bij een ras de genetische resistentie te doorbreken, is er verhoogd risico op resistentiedoorbraak bij rassen in dezelfde groep. In dat geval is bij al die rassen in die groep verhoogde waakzaamheid geboden. Het schema is een initiatief van de Taskforce Phytophthora en diverse veredelaars.
Tekst: Renske van Valburg
Bron: BO Akkerbouw




