Column: De eco-regeling faalt waar samenwerking juist het verschil kan maken

In de afgelopen weken regende het klachten over afkeuring van daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten, grote teleurstelling om een flink lagere vergoeding omdat de boer keldert van goud naar brons en frustratie over de manier van controleren. Het resultaat: boeren die afhaken en een groeiend gevoel dat dit instrument zijn doel voorbijschiet. Meer dan eens lieten boeren ons weten te gaan stoppen met de eco-regeling en ondanks een misschien wat lagere vergoeding graag de samenwerking met het Agrarisch Collectief aan te willen gaan.
Onvrede is ook kans
De onvrede over de eco-regeling biedt ook weer een kans. Want waar de eco-regeling verzandt in complexiteit en individuele keuzes vaak zijn gebaseerd op de hoogte van de premie, ligt er al een alternatief klaar dat zich in de praktijk heeft bewezen: het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Dit collectieve systeem, waarin boeren samenwerken binnen regionale verbanden, biedt precies datgene wat de eco-regeling ontbeert: samenhang, eenvoud in uitvoering, begeleiding en coaching bij het uitvoeren van het beheer en zichtbare resultaten in het landschap.
Versnippering door individuele keuzes
Een van de grootste problemen van de eco-regeling is dat zij sterk leunt op individuele keuzes. Elke boer moet zelf een pakket samenstellen van maatregelen, met puntensystemen en voorwaarden die lang niet altijd logisch aansluiten bij de lokale situatie. Dat leidt tot versnippering. Een bloemenstrook hier, een rustgewas daar: waardevol op zichzelf, maar zelden genoeg om echt ecologisch effect te sorteren. Natuur laat zich nu eenmaal niet vangen in losse acties op perceelsniveau.
Schaal en samenhang
In het ANLb zijn we gewend om dat anders aan te pakken. Door boeren in een gebied samen te brengen, ontstaat er schaal en samenhang in het beheer. Weidevogelbeheer werkt alleen als in het mozaïek de diverse beheermaatregelen op elkaar aansluiten. Landschapselementen krijgen pas écht betekenis als ze een netwerk vormen en gecombineerd worden met maatregelen zoals een goed beheerde akkerrand. Juist die collectieve benadering maakt het verschil tussen symbolische vergroening en daadwerkelijke ecologische winst.
Op basis van vertrouwen
Daarnaast speelt vertrouwen een grote rol. De eco-regeling voelt voor veel boeren als een controle-instrument met regels die voortdurend kunnen veranderen en een controle en administratie die geen ruimte laten voor maatwerk. Het ANLb daarentegen is gebaseerd op langdurige samenwerking en vertrouwen tussen boeren en collectieven met een goede begeleiding door de veldcoördinator. Dat creëert betrokkenheid en eigenaarschap, cruciale voorwaarden voor succes.
Politieke keuzes
Het zou goed zijn als er in de komende periode fundamenteel nagedacht wordt over de inzet van de eco-regeling. In plaats van een ingewikkeld systeem waarin de keuzes vooral financieel gestuurd zijn, zou de regeling ondersteunend kunnen worden aan collectieve initiatieven. Ook financieel ligt hier een kans. Veel middelen die nu versnipperd terechtkomen bij individuele maatregelen met beperkt effect kunnen effectiever worden ingezet via de collectieven. Dat vraagt politieke keuzes, maar levert uiteindelijk meer op: zowel voor biodiversiteit als voor het draagvlak onder boeren.
Top-down werkt niet
Het mislukken van de eco-regeling legt een ongemakkelijke waarheid bloot: top-down bedachte vergroening werkt niet als die te ver afstaat van de praktijk. Maar het laat ook zien waar de oplossing ligt. Niet in nóg meer controle en regels, maar in samenwerking, vertrouwen en een gebiedsgerichte aanpak van onderop. Als we die les serieus nemen, kan er iets waardevols groeien.
Er ligt al een alternatief klaar dat zich in de praktijk heeft bewezen: het ANLb.
Tekst: Hermen Vreugdenhil
Beeld: Ellen Meinen



