Platina-erkenning voor eigenzinnige kaas van Friese boerin Doetie Trinks

Al was ze zelf niet eens bij de uitreiking aanwezig. „Ik was er vanuit gegaan dat mijn kaasjes niet zo hoog zouden scoren. Het is voor mij een stuk rijden, het zou te laat worden. De volgende dag moet ik gewoon weer melken. En naar de markt in Rotterdam. Kortom, ik was er niet op ingesteld, dan beleef je zo’n prijs toch anders” zegt Trinks nuchter. Toch is het wel een heel leuk moment om bij te zijn, geeft Trinks aan. Het is maar eens per jaar, dat ze zoveel collega’s kan ontmoeten, dus was het voor haar wel wel een gemis om niet aanwezig te zijn.
Toch een verrassing
Hoewel haar kazen vaker in de prijzen vallen, kwamen de onderscheidingen toch als een verrassing. De halfzachte witschimmelkaas ‘de Swarte Toer’ won platina (na twee keer goud). Haar ‘Grutte Grize’, een jonge romige kaas met een aslaagje, sleepte na twee keer platina dit jaar goud in de wacht.
„In februari is er niet veel melk, en de kaasjes die ik instuurde waren nog vrij jong.” Bovendien, zegt ze, heb je na het opsturen weinig invloed meer op het rijpingsproces. „Die kaasjes zijn tien dagen onderweg, onder omstandigheden die je niet kunt controleren. Je weet niet hoe ze zich verder ontwikkelen.”
Opkikker na zware winter
Trinks beschrijft de afgelopen winter, die voor haar zwaar was. „We hebben hier in het Noorden lang in de koude mist gezeten, met veel vorst en sneeuw. In de stal heb ik een open nok aan de noordkant, dus de stuifsneeuw kwam gewoon naar binnen. Mijn handen waren kapot.” Ze is blij dat het weer voorjaar wordt, al deden haar wollige geiten het prima tijdens de kou.
tekst gaat verder onder foto
Natuurlijke werkwijze erkend
De prijs, uitgereikt door de Bond van Zuivelbereiders, is een bevestiging van haar eigenwijze werkwijze. Trinks maakt kaas met eigen microflora, afkomstig uit de melk van eigen geiten.
In haar hele werk kiest ze voor een zo natuurlijk mogelijk proces. „Het is niet altijd makkelijk om zo te werken. Dan is zo’n prijs heel fijn. Het geeft zekerheid dat wat je doet klopt, dat zowel het product als het proces goed is.”
Op haar bedrijf, waar ze 72 Toggenburger geiten melkt, draait alles om meebewegen met wat er is. Ze maakt iedere dag kaas, maar wat voor kaas dat wordt, bepaalt ze ter plekke. „Ik kijk naar de hoeveelheid melk en naar de vraag van mijn klanten. Daar stem ik op af.” Meten doet ze niet. „Geen vetgehaltes of iets dergelijks. In de zomer is de kaas anders dan in de winter, dat leg ik dan gewoon uit aan de klant.”
Die klanten ontmoet ze wekelijks op de Rotterdamse Oogstmarkt, waar ze jaarrond staat, maar ook op de Pure Markt Amsterdam, de eerste zaterdag van de maand op de Boerenmarkt Vijzelstraat in Leeuwarden en in de zomer op de Boerenmarkt in Woudsend.„ Ik ben blij met beide vormen van afzet, direct aan de klant, maar ook aan de kaasaffineurs, het zijn beide hele leuke klanten. Het vult elkaar heel goed aan”.
Demeter als toetje
Vier jaar geleden verhuisde Trinks naar haar huidige locatie in Aldwâld (Friesland), waar ze direct de omschakeling naar biologisch inzette. Inmiddels is ze Skal-gecertificeerd en bijna rond met haar Demeter-certificering. „Gisteren had ik de tweede inspectie. Ik heb de bordjes al gekregen.”
Die stap was niet vanzelfsprekend. „Ik was best dwars geweest over het biokeurmerk,” geeft ze toe. „Het kost geld en het is veel gedoe.” Tegelijkertijd was de certificering praktisch nodig binnen het systeem van de gecombineerde opgave. Inmiddels kijkt ze er anders naar. „Het voelt nu gewoon goed dat ik biologisch ben.”
De Demeter-certificering gaat voor haar nog een stap verder. „Dat is echt het toetje. Je komt via de intervisiegroepen in een gemeenschap terecht. Dat voelt heel warm. Demeter doe je echt voor jezelf.”



