Friesland mikt op mix van generieke én gebiedsgerichte aanpak in Provinciale Omgevingsvisie

Dat valt te lezen in de Ontwerp-Provinciale Omgevingsvisie (POVI) die Gedeputeerde Staten van Friesland hebben vastgesteld. De Ontwerp-POVI, die 2050 als einddoel heeft, werd deze week gepresenteerd en ligt nog tot en met 20 april ter inzage.
Generiek én gebiedsgericht
Daarbij werkt Friesland met een combinatie van generieke en gebiedsgerichte aanpak. Dat geldt ook voor de aanpak van stikstof. Generiek gaat het om maatregelen voor heel Friesland. De gebiedsgerichte aanpak concentreert zich met name in de Zuidelijke Wouden/Zuidoost-Friesland. Hier wil de provincie met betrokken partijen aan de slag om oplossingen te vinden voor de meervoudige opgaven rondom Natura 2000-gebieden. Friesland werkt ook deels gebiedsgericht omdat de verschillen tussen de Wadden, klei, veen en zand groot zijn. Daarbij streeft zij naar 10 procent groenblauwe dooradering van het totale areaal.
Westergo
De kleigrond in Westergo is zeer geschikt voor akkerbouw, constateert Friesland. Er wordt onder andere pootgoed geteeld dat bijdraagt aan (inter)nationale voedselzekerheid en innovatiekracht. ‘Vanwege de belangrijke landbouwfunctie van dit gebied, zullen we aan de hand van het afwegingskader voor de landbouwhoofdstructuur, zorgvuldig afwegen of – en waar – landbouwgronden nodig zijn voor woningbouw, bedrijvigheid en energie.’
Oostergo
Net als Westergo speelt in Oostergo de voedselproductie een belangrijke rol met hoogwaardige teelten, kennis en innovatie, stelt Friesland. ‘Naast met name de pootaardappelenteelt zijn er goede mogelijkheden voor de melkveehouderij en de ontwikkeling van teelten die beter bestand zijn tegen zilte omstandigheden. Voor het beter sluiten van kringlopen zijn er kansen voor uitwisseling van mest en voer tussen melkveehouders en akkerbouwers. Ook zijn er mogelijkheden voor verbreding van de bedrijfsvoering met groenblauwe diensten, mestvergisting en korte ketens. Boeren doen veel aan weide- en akkervogelbeheer, met ondersteuning vanuit het ANLb. Voor een gezonde landbouwbodem is het belangrijk het organisch stofgehalte te verhogen en minimale grondbewerking uit te voeren. Daarmee wordt ook CO2 vastgelegd.’
Noordelijke wouden
Op de hogere zandgronden in de Noordelijke wouden kan de landbouw zich, met behoud van boerdiversiteit – en in samenhang met natuur en landschap – ook in nieuwe richtingen ontwikkelen en/of de bedrijfsvoering verbreden. ‘Denk aan groenblauwe diensten en aan korte ketens met hoge toegevoegde waarde voor nichemarkten. We zien ook extra mogelijkheden voor bijvoorbeeld agrobiodiversiteit, waaronder agroforestry, biobased teelten en alternatieve bloeiende gewassen als boekweit. Ook de gastvrijheidseconomie kan in deze regio een impuls krijgen door openstelling van boerenlandpaden en ontwikkeling van kleinschalige vormen van verblijfsrecreatie.’
Zuidelijke Wouden
De landbouw in de Zuidelijke Wouden kenmerkt zich door overwegend veeteelt afgewisseld met enige akkerbouw, aldus Friesland. ‘Blijvend grasland is van belang. Boeren zijn bij uitstek landschapsbeheerder; daar worden ze passend voor beloond. Daarnaast zien we mogelijkheden voor een verbreding in teelten en agrarisch grondgebruik, waaronder agroforestry, biobased teelten en bloeiende gewassen zoals boekweit.’ De gastvrijheidseconomie kan volgens de provincie een impuls krijgen door openstelling van boerenlandpaden en ontwikkeling van kleinschalige verblijfsrecreatie.’
Natura 2000
Maar in de Zuidelijke wouden spelen rondom Natura 2000-gebieden en in de grondwaterbeschermingsgebieden en beekdalen meervoudige opgaven. Vermindering van stikstofuitstoot en herstel van het hydrologische systeem zijn volgens Friesland nodig om de wettelijke natuur- en waterdoelen te kunnen realiseren. ‘Hier zien we kansen voor groenblauwe diensten en doelsturing via KPI’s door de landbouw. Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, in met name de sierteelt en andere rooigewassen, is nadelig voor zowel de waterkwaliteit als de natuur. Vanuit het voorzorgsbeginsel is het noodzakelijk het gebruik van deze middelen te beperken.’
Gaasterland
De landbouw kan zich in Gaasterland ontwikkelen tot een gevarieerd mozaïek van veeteelt en akkerbouw (op de stuwwal), met voldoende ruimte voor de groenblauwe dooradering (GBDA) en een basiskwaliteit natuur en landschap. Zo schetst Friesland. ‘Vanuit boerdiversiteit bekeken zijn er in dit gebied met name kansen voor gecombineerde kleinschalige landbouw passend bij het landschap, verbrede landbouw met recreatie en natuurbeheer, en de teelt van kwaliteitsproducten voor nichemarkten. Groene landschapselementen op de flanken van de stuwwal zijn belangrijk voor het vasthouden van water. Daarnaast beschermen we bijzondere landschapselementen zoals onderdelen van het Fries essenlandschap.’
Lage Midden
‘De melkveehouderij is in het veengebied in het Lage Midden prominent aanwezig en beheert grote delen ervan. Vaak gecombineerd met weidevogel- en waterbeheer’, aldus Friesland over dit gebied. ‘Naast de traditionele melkveehouderij, vinden we er bedrijven met een meer extensieve en biologische bedrijfsvoering die rekening houden met de nattere omstandigheden in het gebied. In de ontwikkelgebieden van het Veenweideprogramma wordt geëxperimenteerd met andere bedrijfsvormen en natte teelten. Ook combinaties met recreatie en zorg komen relatief veel voor en bieden kansen voor extra inkomsten. De landbouw zal in het veenweidegebied een belangrijke bedrijfsactiviteit blijven. Dit zal, vanwege de dalende en nattere bodem, wel een meer diverse landbouw worden met een mozaïek van natte en meer droge delen. We ondersteunen deze ontwikkeling via groenblauwe diensten.’ Ook hier spelen rondom Natura 2000-gebieden en in de beekdalen meervoudige opgaven. ‘Vermindering van stikstofuitstoot en herstel van het hydrologische systeem zijn nodig om de wettelijke natuur- en waterdoelen te realiseren. Hier zien we kansen voor groenblauwe diensten in combinatie met aangepaste landbouw en doelsturing via KPI’s. In het Veenweideprogramma kan energieopwekking een bijdrage leveren aan nieuwe perspectieven.’
Veel potentie voor mestvergisting en biogas
De potentie voor vergisting en biogas in het algemeen is groot in de provincie, zo meent Friesland. ‘Momenteel wordt nauwelijks 5 procent van de mest vergist. De vergunningverlening wordt belemmerd door de stikstofproblematiek, terwijl mestvergisting juist de totale stikstofuitstoot verlaagt.’

Tekst: Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Ellen Meinen
