Friesland kiest alvast voor emissiebeleid stikstof: boeren moeten aan de bak via doelsturing, zonering in Zuidoost-Friesland

Dat staat allemaal in de Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel, die donderdag is voorgelegd aan Provinciale Staten. Gedeputeerde Staten: ‘Een belangrijk onderdeel van ons emissiebeleid is doelsturing, waarbij het duidelijk is welk emissiereductiedoel op bedrijfsniveau gehaald moet worden. Hierbij werken we via doelsturing met een KPI-systematiek via de Fryske Monitor Tuk Buorkjen en ruimte in de uitvoering door vrijwilligheid als uitgangspunt met borging door een normerend spoor vanaf 2035 als ultieme remedie.’
30 procent reductie van de ammoniakemissie per bedrijf in 2035
‘Voor de generieke aanpak kiezen we in Friesland voor een doelstelling van 30 procent reductie van de ammoniakemissie (NH3) uit de landbouw door doelsturing’, legt de provincie uit. ‘De doelstelling is om deze reductie te behalen in 2035, met als referentie de situatie in 2019. Volgens de emissieregistratie is de ammoniakemissie uit de landbouw in 2019 14,3 kiloton. Hiermee wordt geacht dat agrarische ondernemers op het Friese vasteland de bedrijfsvoering zodanig aanpassen dat zij gemiddeld op bedrijfsniveau 30 procent van de emissies reduceren.’
De provincie noemt verlaging van het ruw eiwit, verlengde weidegang, stimuleren van klaver en kruidenrijk grasland, bemestingsplannen, innovatie en emissiearme stalsystemen om de doelstelling te halen. ‘Dit percentage zien wij als haalbaar voor bijna elk agrarisch bedrijf, mede door middel van het toepassen van praktische maatregelen en het optimaliseren van de bedrijfsvoering.’
‘We willen sturen op emissies voor de landbouwsector in plaats van de sturing op depositieverminderingen in de natuurgebieden en overschrijdingen van de KDW’, schrijft Gedeputeerde Staten in het beleidsstuk, waar Statenleden van links tot rechts op 15 april voor het eerst op kunnen schieten.
Normering (de criteria worden later bekend na gesprekken met de sector) is volgens de provincie noodzakelijk om niet nat te gaan bij de (hoogste) rechter als natuurvergunningen worden aangevochten. ‘In de Friese Aanpak staan maatwerk en draagvlak centraal. Maar wel met een noodzakelijke borging, die nu eenmaal vereist is om vergunningverlening op den duur weer mogelijk te maken. Dit betekent dat de provincie de kaders en doelen stelt en deze samen met de ondernemers wil invullen. Als ultieme remedie binnen de geborgde aanpak, indien de doelen niet worden gehaald, treedt er in 2035 een normerend instrumentarium in werking. Dit tezamen resulteert in een Friese aanpak die zowel juridisch houdbaar als maatschappelijk uitvoerbaar is.’
De provincie kiest hiervoor om omdat het ervan uitgaat dat het Rijk de wet gaat wijzigen. ‘We verschuiven onze aanpak van depositiebeleid naar emissiebeleid en sturing op geborgd natuurherstel. Wij volgen hiermee de voorbereidingen die het Rijk neemt om de Kritische Depositiewaarde (KDW) als omgevingswaarde uit de Omgevingswet te halen.’
En dus moeten boeren weldegelijk aan de bak. ‘Jaarlijks wordt de voortgang in beeld gebracht; wij monitoren vanuit het referentiejaar 2019 waar wij staan. In 2030 kijken wij waar wij staan, of wij op koers zitten, of wij moeten bijstellen of wij extra inzet naar 2035 moeten plegen. Onze aanpak moet leiden tot het gewenste doel. Ook na 2030 zullen wij samen met onze partners in de gebieden ons blijven inspannen om de doelen in 2035 te halen. Maar in 2035 moet duidelijk zijn of wij de doelen halen. Anders zetten wij een normerend spoor in. Wij vinden duidelijkheid voor onze inwoners en ondernemers hierin belangrijk.’
Per Natura 2000-gebied willen voldoen aan het additionaliteitsvereiste
De provincie wil reductiedoelen om te voldoen aan de nationale omgevingswaarden en kritische depositiewaarden voor stikstof loslaten. ‘We willen de vergunningverlening weer van het slot krijgen. Om dat te bereiken nemen we verantwoordelijkheid voor het aandeel dat Fryslân kan leveren aan de stikstofreductie en de natuur verder te herstellen. Per Natura 2000-gebied willen wij voldoen aan het additionaliteitsvereiste (betekent dat stikstofruimte pas gebruikt mag worden voor vergunningverlening als deze niet nodig is voor natuurherstel, red), waarna stikstofruimte weer ingezet kan worden voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen. De PAS-melders en interimmers blijven onze eerste prioriteit hierin.’
Vanuit het provinciehuis in Leeuwarden wordt er ingezet op vier sporen: extra natuurherstel(maatregelen) in alle Friese Natura 2000-gebieden, gebiedsgerichte extra natuurherstelmaatregelen buiten de Friese Natura 2000-gebieden, generieke, provinciebrede stikstofreductie en gebiedsgerichte extra stikstofreductie.
Er komen dus gebiedsprocessen, extra natuurherstelmaatregelen in Natura 2000-gebeiden en voor Bakkeveense Duinen, Drents-Friese Wold en Fochteloërveen extra gebeidsspecifieke stikstofreductie (zie kader).
Gedeputeerde Staten van Friesland deelt de provincie op in drie gebiedsclusters: Waddeneilanden, Midden Fryslân en Zuidoost Fryslân. De provincie schrijft: ‘Voor ieder gebied maken we een aanpak voor de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dat doen we samen met de ondernemers in de gebieden en de gemeenten, buurprovincies en het Wetterskip. Waar mogelijk sluiten we aan bij lopende gebiedsprocessen.’
Hydrologische maatregelen op verschillende plekken nodig
Er moet namelijk in sommige gebieden meer gebeuren dan alleen stikstofreductie. ‘In Alde Feanen en de Rottige Meenthe verdwijnt veel water naar de omgeving van de moerasgebieden, zowel oppervlaktewater als grondwater’, schrijft Friesland. ‘Dit komt doordat er laaggelegen polders naast de moerasgebieden liggen. Door het peilverschil met die polders stroomt er water vanuit de moerasgebieden naar de omgeving weg. Dit heeft negatieve gevolgen voor de natuur in dit gebied, bijvoorbeeld veenmosrietlanden en blauwgraslanden. Er zijn hydrologische maatregelen nodig rondom deze gebieden.’
De heide- en schraalland-gebieden hebben ook last van verdroging . Zoals Van Oordt’s Mersken, Wijnjeterper Schar en de Bakkeveense duinen, waar volgens de provincie óók hydrologische maatregelen nodig, net als rondom veenmosgebied Fochteloërveen. Boeren rond deze gebieden moeten rekening houden met maatregelen, vanaf 2027 na gesprekken. ‘Alles moet in het werk gesteld worden om de lokale verdrogingsproblemen aan te pakken. Dat is de verplichting ten aanzien van de Natura 2000-gebieden en ook nodig voor het natuurherstel’, schrijft Friesland.
Zonering in Zuidoost-Friesland
Boeren rondom hoogveengebied Fochteloërveen en de door (stuif)zanden en heide gekenmerkte gebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld en Bakkeveense Duinen worden hard getroffen door stikstofmaatregelen.
‘Een aanvullende gebiedsgerichte aanpak voor extra stikstofreductie is nodig voor deze gebieden. Emissiebronnen in de directe nabijheid van Natura 2000-gebieden hebben namelijk een groter effect op de natuur dan bronnen die verder weg liggen. Voor deze gebieden geldt dat we uitgaan van doelsturing, maar met vrijwillige aanvullende maatregelen tot een hogere reductie kunnen komen. Maatregelen voor emissiereductie in een zone rondom de drie zwaar overbelaste gebieden is daarom de meest effectieve manier om de stikstofneerslag te verlagen’, schrijft de provincie Friesland, in het plan dat nog langs de Provinciale Staten moet.
Wat wil de provincie? ‘We denken aan bufferzones met een breedte van 500 meter rondom de stikstofgevoelige habitattypes binnen het habitatrichtlijndeel van de drie gebieden. Omdat in Fryslân veldemissies een relatief groot aandeel vormen van de totale stikstofemissies en depositie, minimaliseren we de veldemissies in de bufferzones. We maken per gebied een analyse van de emissies binnen deze zones. Denk aan stallen van agrarische bedrijven of bedrijfslocaties van industriële bedrijven. Vervolgens passen we de meest effectieve en tegelijkertijd proportionele maatregelen toe. Aan de hand van maatwerk onderzoeken we of reductie van de emissies van deze emissiebronnen mogelijk is.’
Daarnaast maakt de provincie Friesland een analyse van de veldemissies en de mogelijkheden voor reducties. ‘Wij onderzoeken meerdere richtingen, waaronder een maximale bemestingsnorm per hectare per jaar uit dierlijke mest. Daarbij gaan we uit van maatwerk. Ook een verbod en de bijdrage in de reductie op het gebruik van kunstmest en RENURE (het terugwinnen van stikstof uit dierlijke mest) wordt daarbij onderzocht. Uit doorrekeningen blijkt dat dit deze maatregelen een wezenlijke bijdrage leveren aan de reductie van stikstofneerslag in deze gebieden. Wij kijken ook welke keuzes het Rijk hierin maakt, maar gezien het verschil in opgave per gebied, hanteren wij in specifieke aangewezen gebieden maatwerk.’
Planning
Provincie Friesland stuurt de volgende planning naar Provinciale Staten. Over het stikstofplan is het laatste woord dus nog niet gezegd.
-15 april 2026: Provinciale Staten bespreekt het eerste concept Friese aanpak en geeft Gedeputeerde Staten input mee voor het vervolgtraject.
-Periode 15 april-zomer 2026: participatie met gemeenten, Wetterskip, sectoren, organisaties, kennisinstellingen en gebieden om tot definitieve aanpak te komen.
-Zomer 2026: Provinciale Staten stellen Friese Aanpak Stikstofreductie & Natuurherstel vast.
-Periode september 2026 t/m 2027: opstellen uitvoeringsprogramma met inbreng van gemeenten, Wetterskip, sectoren, organisaties en gebieden (hoe-vraag). En continueren van de huidige inzet op maatregelen.
-Vanaf 2028: brede start uitvoering van maatregelen (of zoveel eerder als mogelijk).


