Ideale maatregel tegen bioaerosolen bij geitenhouderijen niet gevonden

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van minister Wiersma. Die reageerde daarmee op het VGO III-rapport van een jaar geleden, waaruit bleek dat er meer longontstekingen voorkomen bij mensen die in de omgeving van een geitenhouderij wonen. Meer dan 30 verschillende bacteriën die longontsteking kunnen veroorzaken kwamen voor in de stallucht van geitenbedrijven.
De Wageningse wetenschappers hebben met geitenhouders gesproken en literatuuronderzoek uitgevoerd om te kijken hoe de uitstoot van die bacteriën (bio-aerosolen) verminderd kan worden. Het leverde zo'n honderd potentiële maatregelen op die kunnen bijdragen aan minder emissie, maar die ene ideale maatregel zat daar dus niet bij. Wat overblijft is een aantal maatregelen, verdeeld over veertien categorieën, waarmee geitenhouders dus stappen kunnen zetten. Sommige maatregelen gaan uit van alternatieve huisvestingssystemen, waarbij de stropot wordt verkleind of achterwege gelaten. Andere maatregelen kunnen snel genomen worden, zoals het vermijden van piekmomenten bij het instrooien en uitmesten van stallen, geen gebruik maken van een stroblazer bij het instrooien van de stropot, of het verlagen van de staltemperatuur tijdens warme perioden.
Voorkeur voor bronmaatregelen
Mechanische ventilatie in stallen zou ook een oplossing zijn; de uitgaande lucht zou dan gezuiverd kunnen worden. Maar het grootste deel van de aan het onderzoek deelnemende geitenhouders gaf aan een voorkeur te hebben voor natuurlijke ventilatie. Dat is goedkoper, en mechanische ventilatie zou ten koste gaan van het open karakter van de meeste geitenhouderijen.
Mechanische ventilatie is een zogeheten 'end-of-pipe' maatregel, die de hoeveelheid in de stallucht aanwezige bio-aerosolen wegfiltert als die stallucht naar buiten gaat. Geitenhouders gaven aan dit soort maatregelen liever niet te doen, maar liever bronmaatregelen in de stal zelf te nemen, om zo ervoor te zorgen dat er minder bio-aerosolen in de stal zelf voorkomen. Dan gaat het bijvoorbeeld om vloerkoeling, ionisatie van stallucht of stofarme methoden van instrooien en voeren. Ook een weerbare, gezonde veestapel wordt gezien als een manier om de hoeveelheid bio-aerosolen laag te houden; gezonde dieren stuten minder micro-organismen uit.
Vervolgonderzoek
Het rapport geeft volgens minister Wiersma meer duidelijkheid over de mogelijkheden. „Het is jammer dat er geen ideale maatregel gevonden is, maar er zijn wel aangrijpingspunten voor emissieverlagende maatregelen geïdentificeerd", stelt ze. Mogelijk zijn er geitenhouders die hier nu al mee aan de slag willen gaan, maar de effectiviteit van die maatregelen op het reduceren van emissies, en ook de toepasbaarheid in de geitenhouderij, moeten nog vastgesteld worden. Zij belooft dat de regering op korte termijn met de sector in gesprek gaat over het rapport en de mogelijkheden die de sector ziet om met de genoemde maatregelen emissies te verminderen.
Daarnaast start de regering een meerjarig vervolgonderzoek, dat gericht is op het meten van emissies inde praktijk, om zo vast te stellen hoeveel emissiereductie de maatregelen nu echt opleveren. Want of de maatregelen het gewenste effect hebben, zegt ze, kan alleen door toekomstige monitoring worden vastgesteld.



