Hogere schadevergoeding voor pluimveehouder door gebrek aan bewijs over telefoontje

Op 1 september 2022 werd hoog pathogene vogelgriepvariant vastgesteld op het Friese vleeskuikenbedrijf. De dieren op het bedrijf moesten om verdere verspreiding te voorkomen gedood worden. Een dag later werd het pluimvee getaxeerd. De waarde van de dieren was toen 231.556 euro.
Lagere schadevergoeding
De dieren werden uiteindelijk op 3 september geruimd, omdat er een dag eerder niet genoeg gas beschikbaar was. Het pluimveebedrijf kreeg uiteindelijk een schadevergoeding van 224.016 euro, een lager bedrag dan getaxeerd is.
Volgens het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur (LVVN) komt dat omdat de ijkdatum op 1 september hoort te zijn, de dag dat de besmetting telefonisch aan het pluimveebedrijf is doorgegeven.
Geen telefoontje gehad
Het pluimveebedrijf was het daar niet mee eens en maakte bezwaar, nadat dat werd afgewezen stapte het bedrijf naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Volgens het pluimveebedrijf hebben ze namelijk helemaal geen telefoontje gehad op 1 september.
Daarom moet volgens het bedrijf de ijkdatum worden vastgesteld op 2 september, de dag dat ze een schriftelijke bevestiging van de besmetting kregen of op 3 september de dag dat de dieren werden geruimd.
Extra verzorging
Bovendien wijst het bedrijf erop dat doordat er niet genoeg gas was, de ruiming een dag werd uitgesteld. Daardoor moesten ze de dieren nog wel verzorgen waardoor niet alleen meer kosten zijn gemaakt, maar de dieren ook in gewicht zijn toegenomen.
Het pluimveebedrijf vindt dat het in deze situatie, waarin de controle over het bedrijf in handen was van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de ruiming door toedoen van de NVWA een dag werd uitgesteld, het niet meer dan logisch is dat ze die kosten vergoed krijgen.
Geen bewijs voor telefoontje
Ook het CBb vindt dat de ijkdatum niet op 1 september kan worden vastgesteld. Bij LVVN konden ze niet aantonen dat het telefoontje op die datum daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Daarom wordt de schriftelijke bevestiging op 2 september aangehouden en krijgt de pluimveehouder een hogere schadevergoeding.
Wat betreft de extra verzorgingskosten vist de pluimveehouder wel achter het net. Van extra verzorgingskosten kan alleen gebruik worden gemaakt als de minister van Landbouw expliciet een regeling openstelt hiervoor. Dit is voor uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als er tussen het besluit en het ruimen van de dieren een cruciaal verschil zit.
De pluimveehouder krijgt dus een hogere schadevergoeding van 231.556 euro. Ook moet LVVN de gemaakte proceskosten betalen. De kosten voor het extra verzorgen van de dieren zijn echter voor het bedrijf zelf. Bekijk hier de uitspraak van het CBb van dinsdag 3 februari 2026.

Tekst: Laura Smit
Freelance journalist.
Beeld: Agrio archief
