Column: Weer thuis na een fantastische reis in Uruguay

Laten we beginnen met de cijfers. Uruguay telt slechts 3,4 miljoen inwoners. Toch is het land een netto-exporteur van vlees, zuivel, cellulose en software. Met name de vlees- en zuivelsectoren vallen op. Koeien, kalveren en pinken lopen er vrijwel overal buiten op uitgestrekte graslanden, eenvoudig maar functioneel. Zuivelcoöperatie Conaprole verwerkte in 2025 ruim 1,6 miljard liter melk, grotendeels voor de export.
Daartegenover zagen we gesloten lokale zuivelfabriekjes, ooit coöperaties van kleine boeren. Precies zoals het ook in Nederland ooit ging. Conaprole is nu dominant, professioneel, exportgericht. Dat roept de vraag op: is schaalvergroting het enige pad? Of zien we ook in Uruguay een tegenbeweging?
Is schaalvergroting het enige pad?
Is schaalvergroting het enige pad?Het antwoord vonden we op de estancia’s en bij de wijnboeren die we bezochten. Kleine bedrijven, zelfvoorzienend, met directe verkoop en eigen merklading. Van etiketten tot storytelling: deze boeren presenteren hun producten als unieke ervaringen. Ze bouwen aan vertrouwen. Geen bulk, maar beleving. Het deed ons denken aan initiatieven als ValleiProefLokaal en Zuco in Nederland. Misschien is het geen toeval dat juist daar de verbinding tussen boer en burger weer groeit.
Boeren presenteren hun producten als unieke ervaringen
We aten daar zoals ze zelf eten: puur, vers, van eigen land. Het brood, het vlees, de groenten, de kaas, de dulce de leche, alles zelfgemaakt, met trots en vakmanschap. En pas als je thuis weer ergens achteloos een hap neemt, besef je hoeveel zout, suiker en ondefinieerbare stoffen er aan ons voedsel zijn toegevoegd. Eten uit Uruguay is eerlijk. Je proeft het, en je voelt het.
Wat ons trof, is hoe bewust deze producenten met hun omgeving omgaan. Biologisch werken is lastig parkieten eten de druiven letterlijk uit de wijngaard maar er is wél oog voor duurzaamheid. Denk aan het Uruguayaanse programma voor “viticultura sustentable”: chemievrij telen waar mogelijk, met aandacht voor biodiversiteit. Geen dogma’s, wel balans.
Toch is het niet alleen een verhaal van idealen. Uruguay kent ook uitdagingen. De infrastructuur laat te wensen over. Jonge mensen moeten soms verhuizen voor onderwijs. En de globalisering drukt stevig op de kustregio’s: McDonald’s, dure winkels, vastgoed in buitenlandse handen. Toch heerst er rust. Het land moderniseert, maar behoudt zijn kalmte. Misschien juist omdat het niet alles tegelijk wil oplossen.
Wat nemen we mee?
- Eenvoud is kracht. De basis op orde hebben, helder communiceren, dichtbij jezelf blijven.
- Verhaal doet ertoe. Merklading, authenticiteit en verbinding zijn minstens zo belangrijk als prijs.
- Zelfvoorziening kan inspireren. Niet als terugkeer naar vroeger, maar als bewuste strategie voor waardecreatie.
- Lokaal en mondiaal kunnen samengaan. Exporteren én dicht bij huis leveren sluit elkaar niet uit.
- Vertrouwen is het nieuwe verdienmodel. Wie dat begrijpt, heeft toekomst.
Wat blijft hangen is het gevoel van ruimte.
Ruimte in het landschap. In de samenleving. In gesprekken.
Ruimte om te leven, en om te denken.
Dat is misschien wel het meest waardevolle dat we meenemen.
We danken alle mensen die ons onderweg hielpen, ontvingen, voedden en inspireerden.
En we sluiten af met een Uruguayaanse les:
Eenvoud is geen tekort, maar een keuze.
Dank u, Uruguay. Hasta luego.
Tekst: Wija Koers
Beeld: Wija Koers
