Ondanks natuurverbetering wil Friesland extra stikstofmaatregelen

De provincies Drenthe en Friesland financieren een groot kadeherstelproject in het Fochteloërveen, om de waterhuishouding in het hoogveengebied te verbeteren. Uit de meest recente vegetatiekartering blijkt het gebied al flink te verbeteren zonder kadeherstel, zo ontdekte de redactie van Veldpost begin maart. In de Friese politiek roept dat inmiddels de vraag op of er nog meer geld naar het gebied moet. Het gaat om 27 miljoen euro voor het Friese deel van het Fochteloërveen. Volgens gedeputeerde Mathijs de Vries (ChristenUnie) moet het geld desondanks toch aan kadeherstel worden uitgegeven.
„Wij kijken breder dan de natuurdoelanalyse. Volgens mij hebben wij met elkaar een enorm probleem in Nederland. Dat probleem is dat de vergunningverlening compleet vast zit. Dus alles wat kan bijdragen om de natuur verder te versterken, moet je vooral doen. Want dat heeft namelijk een wederkerig effect. Aan de ene kant kun je de natuur versterken, aan de andere kant kun je daardoor sneller de vergunningverlening op gang krijgen. Dus dat is gewoon een heel heldere casus. Overbodige dingen zal het college nooit doen.”
Zegt u dan ook dat, doordat de provincie 27 miljoen euro uittrekt, boeren daar minder problemen krijgen met vergunningen?
„De Veluwe en de Peel worden nu specifiek uitgelicht door het Rijk als het gaat om het stikstofbeleid. We zijn nu samen met het Rijk en het gebied aan het bekijken of Zuidoost-Friesland het derde gebied zou moeten worden waar we aan de slag gaan. Ik maak mij oprecht ontzettend zorgen over onze PAS-melders. En ik doe er alles aan om er, samen met mijn collega’s hier in het college, voor te zorgen dat er ruimte komt om PAS-melders te legaliseren. Alles wat daaraan bijdraagt, dus ook natuurherstel, en ook financiële input die moet opleveren dat je dat natuurherstel kunt bevorderen, moet je altijd doen. We kijken daarbij goed of het geld optimaal wordt besteed. Voor het kadeherstel staat dat niet ter discussie.”
Hoe ontwikkelt de natuur zich volgens u in het Fochteloërveen?
„Uit de natuurdoelanalyse (NDA) blijkt dat de staat van de natuur bij drie van de vijf aangewezen habitattypen nog slecht is. Zeker wat betreft het hoogveen, dat 60 procent van de oppervlakte beslaat.”
Uit de vegetatiekartering van 2020 blijkt dat het herstellend hoogveen daadwerkelijk aan het herstellen is. Dat is niet goed meegenomen in de natuurdoelanalyse van de provincie. Is dat bij u bekend?
„Daar kan ik niet een-op-een zo nu een antwoord op geven. Dus dan moet ik me daar echt even goed in verdiepen.”
De statenvragen van BBB die u beantwoord heeft, zijn ook gesteld naar aanleiding van mijn artikel over die vegetatiekartering. Ik neem aan dat u daar dan ook kennis van genomen heeft?
„Ik heb overal kennis van genomen, maar ik weet ook hoe breed mijn portefeuille is.”
Na het interview stuurde de gedeputeerde het antwoord. „Bij het opstellen van een NDA worden vegetatiekarteringen altijd meegenomen. De vegetatiekarteringen zijn een goede gebiedsdekkende graadmeter voor de natuurkwaliteit. Bij het bepalen van de kwaliteit van de vegetatie wordt daarnaast ook gekeken naar andere beschikbare gegevens en factoren, en op basis daarvan wordt de trend bepaald. Als provincie Friesland zijn we verantwoordelijk voor de NDA’s van de Friese N2000-gebieden. De NDA voor het Fochteloërveen is opgesteld door de provincie Drenthe, dus uw vraag is aan de provincie Drenthe om te beantwoorden. De betreffende vegetatiekartering laat lokaal dan wel een verbetering van hoogveen zien. Wij zijn ervan overtuigd dat de investering in het kadeproject noodzakelijk is om het hoogveen in de toekomst te behouden.”
Conceptbeheerplan
Begin april presenteerde de provincie Drenthe een nieuw conceptbeheerplan voor het natuurgebied. Die zorgde voor grote onrust onder boeren rondom het gebied. Friese melkveehouders voelen zich echter niet gehoord. Zij vragen zich af of de provincie Friesland zich daar ook tegenaan bemoeit.
De Vries: „Wij hebben de ruimte als provinciaal bestuur om een zienswijze in te dienen en daar zullen we ook gebruik van maken als we vinden dat dat nodig is. Daarnaast is er bestuurlijk contact. Toen mijn Drentse collega Egbert van Dijk de plannen naar buiten bracht, kwam daar heel veel rumoer over. Dus hij heeft daar ook direct contact met mij over gezocht. Wij zullen als college reageren op de plannen van de provincie Drenthe. En daarin nemen wij gewoon alle geluiden mee vanuit de Friese kant van het gebied.”
Maar wat kunt u dan doen voor die Friese melkveehouders?
„De provincie Drenthe is inderdaad voortouwnemer en we zijn wel in overleg met haar via de werkgroep. We zijn nu even in afwachting hoe het verder gaat.”
Onder Friese melkveehouders zijn zorgen ontstaan dat het nieuwe beheerplan straks effect gaat hebben op de bedrijfsvoering en dat vergunningverlening bemoeilijkt wordt wanneer een bedrijf zijn stallen wil vernieuwen.
„Die zorg is ook in vragen van de BBB-fractie in de Provinciale Staten aan ons gesteld. Wij zijn in overleg met de provincie Drenthe hoe we die zorgen zo goed mogelijk kunnen wegnemen. Ook binnen ons college, ik met mijn portefeuille natuur en mijn collega Kooistra met landbouw, kijken we daar goed naar. Door de provincie Drenthe wordt gezegd dat die zorgen onterecht zijn. Toch leeft die zorg. Dan vind ik het mijn bestuurlijke plicht om daar zo goed mogelijk naar te kijken om die zorg eruit te halen. En als er toch een bepaalde zorg is die terecht is, dan moeten we goed uitleggen waarom de maatregelen toch nodig zijn, zodat men ook begrijpt waarom het nodig is.”
Is er vanuit de provincie ook contact met die melkveehouders?
„Ik heb één of twee boeren gesproken die mij daarover benaderd hebben.”
Ik vraag daar even op door, omdat de voorzitter van LTO Noord in dat gebied zegt dat het compleet stil is vanuit het provinciehuis in Leeuwarden.
„Dat herken ik niet. Wij hebben met LTO op meer dan regelmatige basis overleg. LTO kan in die overleggen zelf onderwerpen agenderen. Dus als LTO zegt: we willen het over het Fochteloërveen hebben, dan kan dat direct.”
Gaat u namens het Friese college een zienswijze indienen?
„Daar wil ik nog niet op vooruitlopen. Wij hebben de zorgen heel duidelijk gehoord. Die zorgen deel ik. Maar we moeten eerst vaststellen of die zorgen terecht zijn en als dat zo is, dan vind ik dat de provinciale bestuurders van Drenthe en Friesland daar met elkaar het goede gesprek over moeten voeren. En dat daar in de ambtelijke werkgroepen ook goed naar gekeken moet worden. En op een gegeven moment heb je altijd nog de formele manier. Maar ik vind het het mooiste als bestuurders met elkaar op een andere wijze tot een vergelijk kunnen komen.”
Landelijk is discussie dat er meer naar de feitelijke staat van de natuur gekeken moet worden in plaats van naar een stikstofgetal of een model. Hoe staat u daar als gedeputeerde in?
„We hebben de natuurdoelanalyses opgesteld en daar reactie op gehad van de Ecologische Autoriteit. We hebben ook geconstateerd dat er kennisleemten zijn. Tijdens het opstellen van de NDA’s schakelden wij al een bureau in om direct aan de slag te kunnen gaan met de Lesa’s (Landschapsecologische systeemanalyses, red.), om die kennisleemten eruit te halen. Wij zijn daar direct mee aan de slag gegaan toen de rapporten klaar waren. Dat is één.”
„Staatssecretaris Jean Rumennie zegt dat hij meer naar de feitelijke stand van de natuurdoelanalyses wil. Hij wil een tweejaarlijkse apk en één keer in de zes jaar nieuwe NDA’s op basis van de feitelijke stand van de natuur. Dat vinden wij heel goed. Ten slotte willen we een T1-min1-kartering laten uitvoeren in een van de natuurgebieden.”
Provincies maken analyses over de ontwikkeling van de natuur. Daarbij vergelijkt de provincie Friesland de natuursituatie van 2014 met de huidige situatie. Met een T1-min1-kartering wil de provincie onderzoeken of ze nog verder kunnen terugkijken.
Met welk doel wilt u verder terugkijken?
„Er is vaak discussie over de staat van de natuur. Zijn de karteringen wel op het juiste moment gedaan? Was het niet een heel droog jaar? Hebben we dan wel de juiste staat van de natuur gemeten? Dus toen hebben wij als college met elkaar gezegd: zullen we nog eens kijken of we nog een stapje eerder kunnen. Om te kijken, hoe was het in 1998 bij het aanmelden van de gebieden? Dan krijg je een beter beeld van de staat van de natuur door de jaren heen. Eigenlijk is dat de enige wens die we hebben.”
Bestaat dan niet het risico dat de natuurdoelen ambitieuzer worden en minder haalbaar, waardoor vergunningen nog steeds niet afgegeven kunnen worden?
„De natuurdoelen zijn per Natura 2000-gebied al gesteld. Ons beeld is dat we juist een beter beeld krijgen van de staat van de natuur en de ontwikkeling die er door de jaren heen is geweest. Met deze kennis denken we beter in te kunnen spelen om de doelen te halen.”

